Reisverslag juni: IndonesiŽ

Yogya, Bromo, Lovina, Kuta beach, Ubud, Senggigi,
Giliís
, Komodo, Bajo, Bajawa, Moni, Mount Kelimuntu

Als je in IndonesiŽ even 100 Euro uit de automaat haalt voel je je meteen een miljonair. Voor 1 Euro krijg je ongeveer 11.500 rupiah.

Dag 462: zaterdag 4 juni (Yogya)
Vandaag vliegen we naar IndonesiŽ, naar Bandung op Java. We slaan Sumatra over omdat er nog zoveel andere dingen te zien zijn in IndonesiŽ. Ook Jakarta staat niet op ons verlanglijstje, na Bangkok en KL weer een grote stad bezoeken zien we niet zitten. Om 05.00 uur staan we al naast ons bedje en de taxichauffeur komt ons keurig om half zes ophalen. Met zijn tweetjes is het goedkoper om de taxi te pakken dan de trein. In 45 minuten zijn we bij het vliegveld waar we na het inchecken nog even snel een ontbijtje bij de Mac Donalds naar binnen schuiven. Om half acht zitten we in het vliegtuig klaar om te vertrekken. KL is een van de grootste en drukste luchthavens in AziŽ. Air Asia is een budgetluchtvaartmaatschappij, hetzelfde principe als Easyjet en Ryanair in Europa. Geen ontbijt aan boord, maar alles is te koop: koffie, thee, frisdrank, sandwiches en chips. Keurig om 10.00 uur landen we in Bandung, Java. Een piepkleine luchthaven vergeleken met KL, het lijkt net Eindhoven Airport. Een aankomsthal met bagageband, je hoeft dus niet lang te zoeken naar je bagage. Bandung is een grote stad en er is verder niks bijzonders te zien. We besluiten dus meteen dezelfde dag nog door te reizen naar Yogya, de uitvalsbasis voor de beroemde Borobodur tempel. We pakken een taxi naar het busstation. Op de taxistandplaats krijgen we weer te maken met de taximaffia. Ze vragen in eerste instantie bijna zeven Euro voor de rit naar het busstation, we weten het af te dingen naar drie Euro. De meter is uiteraard weer eens kapot, het is ook overal hetzelfde. Gelukkig geven de mensen op het busstation een heel ander beeld van IndonesiŽ. Ze zijn hulpvaardig, hebben een goed gevoel voor humor en willen allemaal een praatje maken met die twee blanken achter in de bus . De bus valt van ellende uit elkaar. AstmapatiŽnten doen er goed aan in IndonesiŽ niet met de lokale bus te rijden. Alle ramen staan open, de uitlaatgassen zijn ondraaglijk en iedereen rookt in de bus. De lucht is een mengeling van kreteksigaretten en uitlaatgassen. Op het busstation vertelden ze ons dat de busrit tien uur zou duren maar de rit gaat ontzettend traag. We rijden bijna in file en we stoppen weer op elke hoek van de straat. Het genot van het openbaar vervoer, overal stoppen!! Na een paar uur rijden stoppen we midden in een dorp langs de kant van de weg. Heel het dorp staat buiten op straat en al het verkeer staat langs de kant van de weg stil. Een politiewagen rijdt door het dorp en roept van alles om. Wij denken dat er een ongeluk gebeurt is maar er blijkt groot transport onderweg te zijn. Erg bijzonder schijnbaar want het hele dorp is er voor uitgelopen. We moeten ruim een uur wachten voordat we verder kunnen reizen. Om 19.00 uur worden we afgezet op een busstation. We denken dat we in Yogya zijn maar dat blijkt niet het geval, we moeten overstappen in een airco bus die na drie kwartier wachten wordt volgepropt met mensen. Pas om 24.00 uur zijn we in Yogya. Veertien uur reizen ipv tien uur: welkom in IndonesiŽ. We pakken een taxi naar de wijk Sosrowijayon, de wijk in Yogya met budgetaccomodatie. We vinden een kamer in Losmen Anra. Als we ons inschrijven zien we dat Toon en Talitha ook in dit hostel zitten. Dit is al de 5x dat we ze tegenkomen sinds februari. We gaan snel wat eten en om 02.00 uur liggen we eindelijk in bed.

Vliegticket KL Ė Bandung/Java: 325 ringit pp
Busticket Bandung Ė Yogya: 45.000 rp

Tip: airasia.com biedt goedkope vluchten via KL naar allerlei bestemmingen binnen Zuid-Oost AziŽ. Als je vroeg boekt kun je soms al voor 30 dollar vliegen.

Dag 463: zondag 5 juni (Yogya)
IndonesiŽ is een paar eeuwen lang een kolonie geweest van Nederland. Pas in 1947 hebben ze soevereiniteit gekregen van de Nederlandse staat nadat Soeharto al in 1945 de Indonesische onafhankelijkheid had uitgeroepen. Het koloniale verleden zie je goed terug in het straatbeeld van Yogya, trapgeveltjes en Slot Vreedeburgh. Ook herkennen we veel woorden die inmiddels zo ingebakken zijn in de Nederlandse taal, bijvoorbeeld toko (= supermarkt) of Satey Ajam (kipsate). Daarnaast zijn veel Nederlandse woorden overgenomen in de Indonesische taal: asbak, koelkast, kapstok, handdoek, en als je de rekening wil vragen, vraag je gewoon om de bon. We wandelen de eerste dag in Yogya wat door de stad, eten onze buikjes vol met Nasi Goreng en Sate en ontwikkelen een verslaving voor kretek sigaretten (kruidensigaretten). Ďs Avonds gaan we met Toon en Talitha eten, we hebben veel bij te kletsen. De laatste keer dat we ze gezien hebben was in Nepal, meer dan een maand geleden. In een maand gebeurd er veel als je aan het reizen bent.

Dag 464: maandag 6 juni (Yogya)
Vandaag staat de Borobodur op het programma. Marcel is hier al eerder geweest in 1998 maar Anouk wil ook graag de Borobodur een keer zien. Naast Angkor Wat en Bagan is dit een van de hoogtepunten van AziŽ. We huren een brommer voor drie Euro per dag en proberen naar Borobodur te rijden. Marcel rijdt en Anouk leest kaart. Om een lang verhaal kort te maken: we verdwalen hopeloos. Pas drie uur later om 13.00 uur zijn we bij de Borobodur. Onderweg eten we nog wat in een lokaal restaurant. Het eten in IndonesiŽ is superlekker al is het in de toeristenrestaurants wederom aangepast. Het beste en goedkoopste eten vind je vaak gewoon op straat, bij de eetstalletjes die je overal op de hoek van de straat vind. De Borobodur tempel is een erfenis uit het boeddhistische verleden van IndonesiŽ, gebouwd in de negende eeuw. Tegenwoordig vind je nog maar weinig boeddhisten in IndonesiŽ, het overgrote deel is moslim en christen. Je ziet het Islamitisch geloof overal terug in het straatbeeld, de vele moskeeŽn en vrouwen met hoofddoeken op. Al is het Islamitische geloof hier niet zo streng als bijvoorbeeld in het Midden-Oosten, niet iedereen loopt hier met een hoofddoek op, het is allemaal wat vrijer. Veel jonge meiden lopen ook gewoon in spijkerbroek. Van Toon en Talitha hebben wij het toegangsticket voor de Borobodur gekregen. Zij zijn twee dagen geleden hier al geweest en het lukt ons om gratis binnen te komen. Jongens bedankt! De kaartcontrole is te verwaarlozen, alleen tassen worden streng gecontroleerd op explosieven en graffiti. De Borobodur is in wezen maar een gebouw, dus ziet zoals Bagan en Angkor Wat een verzameling gebouwen. We klimmen helemaal naar boven waar je de herkenbare stupaís vind. Veel kans om fotoís te maken krijgen we echter niet. Het is schoolvakantie en druk met lokale toeristen die allemaal ťťn voor ťťn met ons op de foto willen. Wij zien er de humor wel van in en laten ze maar hun gang gaan. Na een uurtje hebben we het wel gezien en rijden we terug naar Yogya, 42 km verderop. We willen nog naar slot Vreedeburgh maar dat is inmiddels gesloten. Ze sluiten om 14.00 uur de deuren, we zijn dus te laat. We leveren de brommer maar weer in en gaan winkelen in de JL Malioboro shopping mall. Veel merkkleren zoals Ralph Lauren en Calvin Klein worden hier gemaakt en zijn dus spotgoedkoop. Twintig Euro voor een poloshirtje, in Nederland zijn deze al gauw 5x zo duur. Ook de huizen zijn hier goedkoop, bij een makelaar zien we nieuwbouwhuizen voor nog geen 60.000 Euro (in Yogya). Ze melden nog wel even dat de prijs onderhandelbaar is, zoals alles in AziŽ!

Entree Bromo: 10 US$

Dag 465: dinsdag 7 juni (Bromo)
IndonesiŽ is een enorm land en zo divers en omdat we maar een visum krijgen voor twee maanden moeten we keuzes maken en wat sneller reizen dan normaal. We laten Yogya vandaag achter ons en gaan op weg naar Mount Bromo. Hiervoor hebben we kaartjes gekocht voor de toeristenbus omdat het openbaar vervoer naar Bromo wat lastig is. Om 09.00 uur worden we opgehaald bij ons hotel. We moeten nog twee mensen ophalen bij een toeristenbureau verderop in de straat. Al snel blijkt dat deze twee meiden uit Nederland komen. Als de achterklep open gaat zien ze onze rugzakken met daarop onze wandelschoenen liggen. ĎOh, dat is stom, die hebben wandelschoenen bij. Die heb je hier toch helemaal niet nodigí. We besluiten maar wijselijk ons mond te houden en niet te laten blijken dat we ze verstaan. Dat zorgt voor de nodige hilariteit aan onze kant. Bij een van de eerste stops staat er een man in een vuilnisbak te graaien met een haak en het volgende gesprek ontwikkelt zich:
Vriendin 1: Wat is die man aan het doen?
Vriendin 2: (met neus tegen het raam) Ik weet het niet!
Vriendin 1: Zou hij iets kwijt zijn?
Vriendin 2: Het lijkt er wel op.
Vriendin 1: Oh nee, kijk nou wat netjes, hij schuift het afval opzij om zijn eigen afval weg te gooien.
Vriendin 2: Hee, waarom pakt hij nou die zak er uit?
Vriendin 1: Zou hij misschien eten aan het zoeken zijn?
Vriendin 2: Zou je denken?
En ze zijn niet eens blond! Even later komt de Lonely Planet te voorschijn. De dames gaan zich inlezen in Mount Bromo.
Vriendin 1: Oh jee, de temperatuur kan flink zakken. En op het viewpoint is het erg koud, je hebt winterkleren nodig.
Vriendin 2: Ik heb alleen korte broeken.
Vriendin 1: Heb jij schoenen bij? Ik heb alleen maar slippers bij.
Vriendin 2: Ik heb een T-shirt bij met lange mouwen.
Vriendin 1: Ik heb niet eens een trui bij!
Vriendin 2: Zouden we een jas kunnen vinden in Mount Bromo?
Dan zijn wij dus nog niet zo stom met onze wandelschoenen. Om 21.00 uur bereiken we eindelijk Mount Bromo, Cemoro Lawang,. Om 19.00 uur hebben we nog een tussenstop gemaakt bij een toeristenburo (nadeel van de toeristenbus) waar ze tickets verkopen voor de jeeprit naar het viewpoint. Marcel vraagt hoe ver het is vanaf het hotel, 12 kilometer. Als we 300 kilometer kunnen wandelen in Nepal, dan kunnen deze 12 kilometer er ook nog wel bij. Sorry, aan ons kunnen jullie niks verdienen. Terug in de minibus op weg naar Mount Bromo probeert de chauffeur het nog eens. Hij kan ons wel korting geven op de prijs van 75.000 rp. Nee, dank je, we lopen wel. Wij willen graag in Cemoro Lawang overnachten, het dorp aan de rand van de krater. De chauffeur wil ons echter in een dorp afzetten drie kilometer voor de krater, bij hotel Yoshi. De andere toeristen stappen uit, maar wij zijn eigenwijs, wij blijven zitten. Zuchtend stapt hij weer in de bus. Naar hotel Bromo Permai aub! Veel te duur, niet goed, hotel Cemoro Indah is veel beter! Ok, dan gaan we daar wel naar toe. En wie zien we daar weer: Toon en Talitha (daar zijn we weer!). Dit is dus ontmoeting nummer 6 sinds februari. Het hotel vraagt 60.000 rp voor de kamer maar wij willen korting en daar doen ze nogal moeilijk over. We willen naar een ander hotel maar onze chauffeur rijdt gauw weg, de eikel! We pakken onze tassen weer op de rug en eindelijk krijgen we de kamer voor 45.000 rp. We gaan maar snel eten en duiken veel te laat ons bed in. 

Toeristenbus Bromo: 100.000 rp
Hotel Cemoro Indah: 45.000 rp (slecht restaurant, het eten is afschuwelijk)

Dag 466: woensdag 8 juni (Bromo)
Van Toon en Talitha hadden we gehoord dat er vlakbij het hotel een wandelpad is naar het viewpoint, we hoeven dus niet dezelfde weg als de jeep te pakken. Om kwart over vier Ďs ochtends beginnen we met wandelen zodat we op tijd voor de zonsopgang zijn. Het eerste stuk is nog asfaltweg en dat gaat halverwege over in een pad naar boven. Dit pad leidt naar het viewpoint nummer 1. Vlak voordat we het eerste viewpoint bereiken horen we stemmen, Toon en Nicolle (die we gisterenavond ook ontmoet hebben in het hotel) en een Zwitsers stel, zijn verdwaald. Zij hebben in het donker de trap over het hoofd gezien die naar het eerste viewpoint gaat. Met zijn zessen lopen we de trap op en om kwart over vijf zijn we bij het eerste viewpoint. Een kwartier wachten en dan komt de zon op. Het uitzicht is geweldig. In de oude vulkaankrater heeft zich een nieuwe vulkaan gevormd die om het kwartier een rookpluim uitstoot die nog het meest weg heeft van een ontplofte atoombom. Binnen in de vulkaankrater is een kale, droge vlakte, daaromheen is het supergroen. Na de zonsopgang wandelen we naar het tweede viewpoint waar we om 07.00 uur arriveren. Het pad naar boven is niet echt een makkelijk pad, het ligt vol met rotsen en het pad is overwoekert. De jeeps zijn inmiddels weg en het is aangenaam rustig. Niemand vertelt je dat je ook naar boven kunt lopen, ze willen je allemaal in de jeep stoppen om geld te verdienen. Het nadeel van het massatoerisme! We zijn maar met zijn viertjes, de Zwitsers zijn afgehaakt, terwijl de vier uit het vlakke Nederland gewoon doorgelopen zijn. Ook de verkopers zijn weg dus het is heerlijk rustig. Om half acht wandelen we terug naar het hotel waar we eindelijk kunnen ontbijten. We zitten net weer op het wandelpad boven viewpoint 1 als Anouk door haar enkel zakt. Het is ook altijd hetzelfde, en altijd boven op de berg als je nog een heel eind naar beneden moet lopen. Met moeite komt Anouk na anderhalf uur wandelen beneden. We ontbijten en besluiten meteen maar door te lopen naar de vulkaankrater. Om 10.00 uur (we zijn inmiddels al zes uur op) beginnen we weer met wandelen. Vanaf het hotel lopen we over een steil en stoffige pad naar beneden, de mond van de oude krater in. Geestelijk wordt het een zware wandeling, vanuit het hotel lijkt het een kort stukje maar we lopen er nog ruim drie kwartier op en dan moeten we nog 235 treden omhoog. Uiteindelijk bereiken we de mond van de krater waar we van achter een hek een blik in de krater kunnen werpen. Een hoop rook en weinig gerommel, gelukkig maar! We wandelen terug naar het hotel waar we in bed ploffen na de lunch en nog even een paar uur slapen voordat we om 19.00 uur weer gaan eten. De luiken vallen al snel dicht en we keren terug naar de kamer waar we niet kunnen slapen. Het is 12 graden op de kamer maar na de hitte van Birma, Thailand en MaleisiŽ zijn we dit helemaal niet meer gewend. We moeten onze pyjama onder uit de tas vissen, de slaapzakken te voorschijn toveren en gaan met zijn tweetjes in een krap bedje liggen om het nog een beetje warm te krijgen. De wind is buiten gaan draaien waardoor de hele kamer naar zwavel stinkt. De geur van rotte eieren is ook niet bevordelijk voor je nachtrust. 

Entree Bromo: 4.000 rp

Dag 467: donderdag 9 juni (Lovina)
Opnieuw een ticket gekocht voor de toeristenbus maar we hebben al snel spijt van onze keus. Samen met een Frans stel, zij het type onderwijsjuffrouw, stappen we in een minibus. We moeten een uur rijden voordat we overstappen in een grote bus (in Bropolingo) die ons naar Bali brengt. Na een uur rijden stopt de chauffeur, stapt uit zonder iets te zeggen en gaat ergens een restaurant binnen om te eten. De Franse schooljuffrouw gaat helemaal uit haar plaat!! Wij kunnen er de humor wel van inzien. En als onze chauffeur hier stopt om te eten zal het a) wel lekker zijn en b) goedkoop zijn. Wij dus naar binnen en inderdaad, de satť is erg lekker. We stappen weer in de bus om twee minuten later weer te stoppen. We stoppen bij het toeristenburo waar wij van bus moeten wisselen, het Franse stel reist met dezelfde bus en chauffeur door naar Yogya. We hebben nog een half uur voordat onze bus komt dus gaan we een toiletstop maken, boodschapje halen en na een kwartier wandelen we terug naar het toeristenburo. Vanuit de verte zien we de Franse schooljuffrouw (met zonneklep op haar hoofd) aan komen stormen. De chauffeur is 500 meter verderop weer gestopt en uitgestapt zonder iets te zeggen. Zij heeft het helemaal gehad en wil een andere chauffeur. Wij liggen dubbel van het lachen. Welkom in IndonesiŽ! Onze bus is inmiddels gearriveerd, we stappen in en gaan nog wat mensen ophalen. Bij de volgende stop stappen de twee Nederlandse meiden ook weer in. De mensen van het bureau willen ook nog een lunchticket verkopen. Nou, we hebben eigenlijk net gegeten, laat maar zitten, lunch is alweer over een uurtje. Na een uur stoppen we voor de lunch en het buffet ziet er toch wel erg lekker uit, natuurlijk moet Marcel ook zijn figuur in vorm houden dus kopen we twee lunchticket. Voor 2.000 rp goedkoper dan bij het toeristenburo, stelletje afzetters!!! Even later gaan we met bus en al de ferry naar Bali op en na een uur zijn we in Bali. Samen met de twee Nederlandse meiden moeten we naar Lovina en worden we overgeplaatst naar een klein busje (bemo). De klok moet een uur vooruit en inmiddels is het 19.00 uur in Bali. We zijn al negen uur op pad en Lovina is nog niet in zicht. Hier begint het gezeur weer! De chauffeur wil niet vertrekken, hij wacht nog op meer passagiers. Maar als wij met zijn vieren 100.000 rp meer betalen wil meneer wel vertrekken. Marcel krijgt bijna ruzie met de chauffeur en  hij wil zelfs onze tassen van de bus afhalen. Tijd voor Anouk om haar mond open te trekken, die is hier altijd wat beter in dan Marcel. ĎZeg vriend, ik wil je best die 100.000 extra betalen maar dan stap ik morgen wel naar je baas. Je stopt dat geld toch maar in je eigen zak. Door mensen zoals jou komen er zo weinig toeristen naar Bali.í Die laatste opmerking doet het hem, we vertrekken meteen. Er stappen nog drie mensen in en dan zit de bus toch aardig vol. Koop je een volledig ticket bij een toeristenburo, proberen ze je nog af te zetten. Twee uur later zijn we in Lovina, helemaal gaar en bezweet dus eerst douchen. Anouk springt lekker onder de douche en voelt plotseling iets op haar rug. Anouk gilt heel het hotel bij elkaar want ze kan niet zien wat er op haar rug zit. Marcel stormt de badkamer in en slaat een kakkerlak van Anouks rug af. De held!! Anouk was even bang dat het een spin was. Na het douchen gaan we een restaurant zoeken om iets te eten. Lovina is uitgestorven, op straat niemand en in elk restaurant zitten maar een paar mensen te eten. De toeristen zijn op een hand te tellen en het is al bijna hoogseizoen!

Toeristenbus Bali: 100.000 rp 
Hotel Dupa Lovina: 30.000 rp

Dag 468: vrijdag 10 juni (Lovina)
We slapen lang uit na de vermoeiende reis van gisteren, reizen kan soms slopend zijn. We lunchen bij een Nederlands cafť, heerlijk, friet met kroket. Na het eten gaan we informatie inwinnen over het duiken in Amed, een stukje verderop. De prijs valt mee, er valt te onderhandelen. Maar als we fotoís bekijken van de dive sites zien we veel dingen die we al vaker gezien hebben. Zijn we te verwend aan het worden? We besluiten het duiken in Bali te skippen en te wachten tot Sulawesi. We willen Bali eigenlijk ook weer snel verlaten en besluiten morgen naar Kuta te vetrekken. Dan maar naar het strand, dat valt dus vies tegen in Lovina. We wisten dat het zand zwart was en geen mooi plaatje is uit een reisgids, maar het strand en de zee is ontzettend smerig. We brengen de rest van de dag maar door met een boekje in de zon. Ďs Avonds wandelen we terug naar het strand om van de zonsondergang te genieten. Helaas wordt ons uitzicht belemmerd door verkopers die ons belagen met beeldjes en sarongs. Kan Marcel Anouk weer niet ten huwelijk vragen!! Na het avondeten gaan we nog wat drinken in een bar, zonder naar de prijslijst te vragen. Niet zo slim, we betalen het dubbele voor bier en cola hier. We hebben het een beetje gehad met Lovina, duiken vroeg ons bed in. Lovina is misschien leuk voor mensen die met tien bootjes tegelijk twee dolfijnen willen gaan bekijken tijdens de zonsopgang, maar wij vinden er niks aan. 

Dag 469: zaterdag 11 juni (Kuta beach)
We hebben flink onderhandelt over ons busticket naar Kuta en uiteindelijk 75.000 rp betaald met zijn tweetjes. Dat mogen we tegen niemand zeggen maar we plaatsen het dus wel even op de site!! Ze komen ons om 09.00 uur ophalen maar om kwart voor negen staat er al eentje voor het hotel op en neer te springen dat hij wil vertrekken. Altijd vertraging maar als we nog zitten te ontbijten komen ze dus ineens te vroeg. Tijd is een relatief begrip op Bali! We schuiven ons ontbijt snel naar binnen en stappen in een bemo die ons naar een grote bus brengt waar we tot aan Ubud maar met zijn viertjes inzitten. Toerisme ligt echt op zijn gat in Bali. In Ubud zien we voor het eerst veel toeristen, de bus wordt ermee volgeladen. En natuurlijk zitten de mensen die er als eerste uit moeten achterin. Uiteindelijk duurt de rit van Lovina naar Kuta zes uur, normaal drie uurtjes rijden. We vinden een leuk hotel in Poppyís Lane 1, rustiger dan Lane 2 en vlakbij het strand. Zwemkleding aan en naar het strand. Marcel was acht jaar geleden al in Kuta en er is veel veranderd. Een Mac Donalds vlakbij het strand en het strand zelf is een stuk kleiner geworden. Later horen we ook dat de zee steeds meer terrein wint en dat de overheid tegenwoordig het strand opspuit met zand. Het goede is wel dat de verkopers niet meer op het strand mogen komen maar op een soort duin achter het strand moeten blijven. Lekker rustig dus! Ďs Avonds wandelen we even naar het monument wat hier geplaatst is naar aanleiding van de Kuta bomaanslag in oktober 2002. De beelden hiervan gingen heel de wereld over en zorgden ervoor dat de hele toeristenindustrie in Bali in elkaar zakten. Als je voor het monument staat en die lijst met namen leest is het heel indrukwekkend en wordt je er even stil van. Tijdens het avondeten zien we Toon en Talitha voorbij wandelen. We gaan naar een nachtclub waar niks te merken is van dalende toeristenaantallen en dreigingen van nieuwe bomaanslagen op Bali. Het is er stampvol.

Bus Kuta: 75.000 rp voor 2 personen
Hotel Berlian Inn: 60.000 rp

Dag 470: zondag 12 juni (Kuta beach)
Lekker lang uitgeslapen, tot 11.00 uur. Marcel moet Anouk zelfs wakker maken, dat gebeurt zelden. Meestal is Anouk als eerste uit bed. We zijn te laat voor het ontbijt maar dat is geen probleem, ze maken nog snel wat te eten klaar voor ons. Die mensen hier zijn zo relaxt. Na het ontbijt verplaatsen we ons naar het strand waar we onder een palmboom schuilen voor de hitte. Niet zo fijn, want hier mogen de verkopers wel komen. Van een boekje lezen komt weinig terecht. Het is schoolvakantie dus veel jongeren grijpen deze kans aan om hun engels te oefenen met ons. Een jongen vraagt wat al die toeristen op het strand doen, de mensen in IndonesiŽ willen altijd een witte huid hebben (teken dat je niet op het land werkt en genoeg geld hebt) maar waarom willen die toeristen allemaal bruin worden (teken dat je genoeg geld hebt om ver op reis te gaan). De vele schooljeugd op het strand zorgt voor een bizar contrast. Meiden met hoofddoeken en dames in bikini. We eten Ďs avonds bij ons favoriete restaurant van heel Bali: de Bamboo corner in Poppyís lane 1. Supergoed eten voor een redelijke prijs en niet aangepast! We kopen ook nog even een kaartje voor de bus naar Ubud voor morgen.

Busticket Kuta Ė Ubud: 35.000 rp pp

Dag 471: maandag 13 juni (Ubud)
Ubud ligt ongeveer een uur rijden vanaf Kuta maar toch ziet onze chauffeur weer kans er drie uur over te doen. Reizen in IndonesiŽ kost tijd, we beginnen er al aardig aan te wennen. Het is een eikel van een chauffeur, neemt overal op zijn gemak de tijd voor, maar als een van de dames uit de bus stapt om te gaan plassen wordt hij boos. Tot overmaat van ramp dropt hij ons ook nog een eindje buiten Monkey Forrest Rd af, ipv in de straat zelf. We moeten dus nog twee kilometer lopen met onze rugzakken op ons rug. We gaan op zoek naar een hotel en als we om een goedkope kamer vragen hebben ze alleen kamers van 15 Euro en als we dan vervolgens weg lopen hebben ze kamers voor de helft van het geld. We vinden uiteindelijk een mooie bungalow bij Ubudian Inn, met zwembad en ontbijt voor 70.000 rp (Ī zes Euro). Het personeel is supervriendelijk en dat maakt onze dag weer helemaal goed. Soms balen we gewoon van Bali! Ďs Avonds gaan we wat eten maar het is moeilijk een fatsoenlijk restaurant te vinden. Ze zijn behoorlijk aan de prijs en allemaal aangepast. En bovendien bijna allemaal leeg!

Hotel Ubudian Inn: 70.000 rp

Dag 472: dinsdag 14 juni (Ubud)
De dag begint al goed, ons ontbijtje wordt lekker voor de bungalow geserveerd. Een uitgebreid ontbijt met pannenkoek en fruitsalade. De meeste hotels in IndonesiŽ hebben ontbijt bij de prijs inbegrepen maar dan krijg je een klein pannenkoekje met een kopje thee, bij dit hotel is het ontbijt echt goed. En bovendien krijgen we elke avond een bloempje met wierook als offerade voor de deur, dat helpt om de boze geesten weg te houden. Om 12.00 uur wandelen we naar Monkey Forrest. Monkey Forrest is nog het beste te vergelijken met de Apenheul. Midden in de jungle staan een paar tempels waar een paar honderd apen wonen. Bij de ingang kun je bananen kopen om de apen te voeren. Wij besluiten hier maar van af te zien, maar goed ook want als je de bananen niet snel genoeg afgeeft trekken de apen de bananen gewoon uit je hand. En als je even niet oplet hebben ze zo je tas open. Het is een hartstikke leuk gezicht om die apen bezig te zien. Vanuit Monkey Forrest kun je de rijstvelden inlopen, maar dit is niet echt een spectaculair gezicht dus keren we maar weer terug naar het hotel waar we lekker plonsen in het zwembad.

Dag 473: woensdag 15 juni (Ubud)
Om de omgeving te verkennen besluiten we een brommer te huren. Je kunt ook goedkoop een auto huren maar de dingen die we willen zien zijn vlakbij Ubud en met een brommer net zo goed te bereiken. We rijden naar de rijstterrassen van Tegallalang, zeven kilometer buiten Ubud. Vanaf de weg heb je een mooi uitzicht op de terrassen maar het stikt er van de souvenirverkopers. We maken dus maar een korte stop en rijden snel verder om de vulkaan 20 kilometer verderop te bekijken. Vlakbij de vulkaan worden we gestopt door de politie. De politie in Bali is berucht, ze willen altijd een extra zakcentje verdienen! Dan zijn ze dus bij ons aan het verkeerde adres. Een van de agenten pakt Marcels rijbewijs af, hij kan het 23 juni op komen halen of nu 200 US$ betalen aan oom agent, dan krijgt hij het meteen terug. Terwijl Marcel zijn opties staat te overwegen wordt Anouk bijna hysterisch. Anouk begint te springen, te krijsen, met haar armen te zwaaien en in het Nederlands tegen Marcel te schreeuwen: Rij maar terug naar Denpasar, ik heb genoeg van die bullshit hier, in Kuta zijn we al 2x aangehouden door de politie (beetje overdrijven), ik wil terug naar Bangkok, heb genoeg van Bali. Luid en duidelijk praten zodat de agenten het ook een beetje begrijpen uiteraard. De vier agenten doen inmiddels een stap achteruit en Marcel draait zich om, die pist bijna in zijn broek van het lachen. Twee minuten later mogen we verder rijden zonder te betalen. De agent zei nog net niet, neem aub dat hysterisch wicht mee! En de Oscar voor dit jaars best Actress gaat naar: Anouk. Bij het viewpoint van de vulkaan is het weer hetzelfde verhaal als overal in Bali, je kunt niks zien door alle souvenirverkopers. We naaien onze vrienden van de politie er ook nog even bij: ĎOch, we hadden zo graag veel souvenirs willen kopen hier maar de politie heeft als ons geld afgepaktí. Helaas is het bij de vulkaan zo bewolkt dat we bijna niks zien dus draaien we weer om, dit keer via een omweg richting Ubud. We belanden in een klein dorpje waar een mannetje satť staat te maken op een barbecue achterop zijn brommer. Het hele dorp komt naar ons kijken, wie is hier nu weer de attractie?! We rijden naar Tanah Lot, de tempel aan zee, om daar naar de zonsondergang te kijken. Net als honderden andere mensen. Geen goed idee dus, we keren maar weer terug naar Ubud en eten onderweg nog lekker bij een plaatselijk straattentje. Waar we uiteraard weer het gesprek van de dag zijn.

Brommer Ubud: 35.000 rp

Voor de meeste attracties op Bali vraagt men entree, meestal 3.000 rp per persoon plus extra voor auto of brommer. Vraag altijd om een ticket want ze vragen soms meer dan normaal is, dat extra zakcentje weer!

Dag 474: donderdag 16 juni (Senggigi)
Keurig om half negen worden we opgehaald met een minibusje die ons naar de haven in Padangbai brengt. Als we daar om half tien aankomen worden we bij een restaurant gedropt waar we een uur kunnen wachten totdat de ferry vertrekt. We bestellen wat te eten en drinken en besluiten hier maar een uurtje te wachten op de ferry. Na een half uur komen er twee mannen langs gelopen die roepen dat onze boot vertrekt, ze tillen onze tassen op en beginnen hard naar de boot te lopen. Alles gaat zo snel dat we vlug de rekening betalen en die gasten achterna lopen. Inmiddels lopen er ook twee andere mannen met ons mee. Wij hebben niks in de gaten, we denken dat die kerels bij het restaurant of het toeristenbureau horen. Lekker naÔef dus, zelfs na een jaar reizen. Als we op de boot aankomen, komt de bekende aap uit de mouw, het zijn porters en ze willen even tien dollar vangen. Ohh, zegt Marcel, maar tien dollar, dat is goedkoop. Ze beginnen te dreigen dat we moeten betalen anders nemen ze onze tassen weer mee. We gaan voor onze tassen staan en Anouk trekt even haar mond open. Nu van die boot vertrekken of ik schop je zo hard onder je kont dat je in Sumatra belandt. Volgens hen hebben we genoeg geld en kunnen we ze makkelijk tien dollar betalen. Ja, we hebben genoeg geld. Zelfs zoveel geld dat we deze hele boot kunnen kopen, of nog beter, we kunnen zelfs de politie kopen. Dus als ze nu niet vertrekken dan roepen we de politie. En blijf van die tassen af! We belanden in een zinloze discussie waarbij wij slechte toeristen zijn voor Bali en waarom wij die arme sloebers (annex oplichters) niks willen geven. Anouk heeft er schoon genoeg van: Einde discussie, je krijgt geen geld, daaaag. Er druipen er al twee af, twee lopen weg maar de kleinste heeft de grootste mond en staat nog steeds te schelden. Als hij de rest naar beneden volgt kan Anouk het niet nalaten: Hee jongens, bedankt voor het dragen van onze tassen, GRATIS!!! Wat een memorabel afscheid van Bali. Het bevestigd des te meer het beeld wat wij van Bali hebben gekregen de laatste dagen. Het zijn oplichters, gecreŽerd door het massatoerisme. Het feit dat Bali minder toeristen trekt licht misschien niet eens aan de moslims, de dreiging van nieuwe bomaanslagen (Amerika en AustraliŽ hebben weer een negatief reisadvies gegeven, net voor het hoogseizoen)  of dat mensen minder reizen. Het ligt misschien ook wel aan de Balinezen zelf! Toch hebben we ook leuke dingen meegemaakt op Bali, leuke, lieve mensen ontmoet, maar daarvoor moet je wel van het begaande pad afgaan. Al met al krijgen we van Bali een vieze smaak in ons mond. Op naar Lombok dus. Boottochtje van 25 kilometer duurt maar liefst vijf uur. Genoeg tijd dus om stoom af te blazen van onze vechtpartij met de lokale maffia. Achteraf horen we dat ze deze truc bij veel mensen toepassen en sommige mensen betalen gewoon. Wij dus niet, ze hadden duidelijk de verkeerde gekozen. In Lombok stappen we over in een busje dat ons naar Senggigi brengt. Natuurlijk weer een mannetje erbij die toers moet verkopen. We hebben er geen zin meer in en staren maar uit het raam. Maar goed ook want nu zien we nog een lokale bruidsstoet voorbij komen. Het is opvallend dat Lombok een stuk armer en een stuk vuiler is dan Bali. In Senggigi moeten we eerst mee naar het toeristenbureau om over toertjes te praten. Snappen die lui nou niet dat je na een dag reizen eerst willen douchen en eten. Blijkbaar niet want ze blijven aandringen, we lopen maar gewoon weg. We vinden snel een hotel, douchen en wandelen even door het dorp. Het is uitgestorven, veel winkels zijn dicht, het toerisme ligt hier nog meer op zijn gat dan in Bali.

Busticket Senggigi: 100.000 rp
Hotel Elen: 40.000 rp incl. ontbijt

Dag 475: vrijdag 17  juni (Senggigi)
De boottochten naar Komodo gaan 2x per week, op zaterdag en woensdag. Omdat Senggigi een gat is waar je nog niet eens begraven wilt worden en we besloten hebben niet naar de Giliís te gaan (Marcel is er al eens geweest en Anouk vind dat strand gewoon strand is en dat je dat overal kunt vinden) willen we morgen naar Komodo vertrekken. We kijken dus even rond en boeken een toer via ons hotel bij de firma Pemayar Rempa Wanua (onthoud deze naam). Ďs Middags gaan we naar het strand waar Anouk  nog even ringen past en er eentje vervolgens niet van haar vinger krijgt. Marcel laat zijn haar nog even knippen op het strand. Ze boden massages aan op het strand maar Marcel vroeg naar een kapper en ze hadden natuurlijk weer een broer of familielid die wel kon knippen. We halen nog wat boodschappen en zijn helemaal klaar voor onze boottrip naar Komodo.

Komodo trip: 600.000 (vier dgn/drie nachten incl. eten, drinken zelf meenemen op de boot)

Dag 476 t/m 479: zaterdag 18 juni t/m dinsdag 21 juni (Giliís)
Ken je die mop van die twee Nederlanders die naar Komodo gingen? Die gingen niet! Ďs Ochtends om 10.00 uur worden we opgehaald bij ons hotel in Senggigi en vertrekken we naar Mataran. Daar zal de rest van de groep voor de boottocht opgehaald worden. Maar als we om 11.00 uur bij het toeristenbureau aankomen krijgen we te horen dat de boottocht niet door gaat. Reden hiervoor is dat er een heilig festival is op Komodo waardoor het moeilijk is de Komodo dragons te spoten. Hiervan hebben ze vanochtend pas bericht gehad terwijl wij al onderweg waren vanaf Senggigi. Het klinkt als een lulsmoes maar we staan mooi voor het blok. We besluiten maar op hun kosten naar de Giliís te gaan. Zo belanden we dus om 13.00 Ďs middags op een gammel bootje die ons naar de Gili Trawagan brengt. We vinden een bungalow voor weinig geld en liggen Ďs middags weer op het strand. Wat een leven! Ďs Avonds vragen we nog eens rond maar niemand weet iets van een heilig festival op Komodo. Waarschijnlijk hadden ze gewoon te weinig passagiers maar dat ze dat dan ook eerlijk tegen ons zeggen. De rest van de week zitten we maar uit op de Giliís. Beetje zonnebaden, Marcel gaat nog een keer duiken maar is niet superenthousiast over het duiken op de Giliís. Elke dag is er wel ergens een feestje op Gili Trawagan dus het alchoholverbruik gaat ook weer even omhoog. Een dag voordat we vertrekken belt Anouk maar eens naar het bureau of onze trip nog door gaat. Het mannetje van de telefoonwinkel vertelt Anouk dat ze een vestiging hebben op Gili Trawagan. Vuile, smerige oplichters. We hebben het ticket afgelopen dagen wel aan tien mensen laten zien en niemand heeft ons dat verteld omdat ze ons allemaal een nieuw ticket wilden verkopen.

Dag 480 t/m 483: woensdag 22 juni t/m zaterdag 25 juni (Komodo)
De eerste dag van de Komodo trip begint al goed. We moeten al om 08.00 uur klaar staan maar de boot vertrekt weer een half uur later. De rest van de dag bestaat vooral uit veel wachten, wachten op de andere mensen die vanuit Lombok komen, wachten op de lunch, boodschappen halen en nog even naar de geldautomaat en nog meer wachten. We hebben een groep van zestien mensen aan boord, behoorlijk vol dus. Vier belgen, een Kiwi, twee Engelsen buren die samen aan het backpacken zijn geslagen, drie Nederlandse Korpsballen die de rest van de reis hun kop tegen niemand opentrekken en wij noemen ze al snel Kwik, Kwek en Kwak, twee Oostenrijkers op wereldreis en nog een derde Oostenrijker met zijn Indonesische vriendin (die Anouk nog een beetje Indonesisch probeert te leren, deze poging mislukt grandioos, Anouk is geen taalwonder). En daarbij nog vier bemanningsleden die er elke keer een half uur over doen om de boot te parkeren als we weer eens ergens aanleggen wat tot hilarische taferelen leidt maar wel fantastisch goed eten koken. De eerste dag zitten we pas om 17.00 uur op de boot. Het is een hele tocht naar Flores, eindbestemming Bajo, en we doen vooral veel varen, boekje lezen, in het zonnetje zitten, luieren en af en toe een sprong in zee maken om te wassen en op te frissen. Tussendoor kunnen we nog snorkelen maar de apparatuur aan boord is niet geweldig (het loont om je eigen flippers en snorkel mee te nemen). Marcel en de Kiwi doen nog een poging vis te vangen maar het enigste wat zij vangen is Bintang bier uit de koelbox. Anouk gaat samen met Martin, de Oostenrijker kanootje varen. De kano is gemaakt voor twee kleine Indonesische mannetje en die twee grote Europeanen zinken dus gelijk naar de bodem. Anouk zit voorin de kano nog te peddelen als Martin allang met zijn achterwerk in het water gezonken is. Lachen!! De tweede nacht moeten we doorvaren op open zee en slapen we weinig omdat de boot veel schommelt. Maar tegen het eind van de derde dag bereiken we dan eindelijk onze bestemming, het eiland Komodo. We moeten naast de entree van 3,5 $ ook nog betalen voor cameraís en videoapparatuur (voor een videocamera maar liefst 10 $). Plotseling zijn er veel minder cameraís aan boord. Komodo valt een beetje tegen, we zien maar twee dragons. We zitten ook bijna in het paringsseizoen dus ze liggen allemaal ergens in de bosjes waarschijnlijk!! De Komodo dragons, het enige overblijfsel van de prehistorische dieren die hier vroeger op aarde rondliepen en waarvan men gelooft dat ze terugkomen in de Chinese geschiedenis, zijn wel enorme monsterachtige beesten die bijna twee meter lang zijn. Echt bang worden we niet van ze want ze liggen alleen maar te slapen. Moe van het paren waarschijnlijk! Ďs Avonds op de boot wordt er nog een klein feestje gebouwd. Er komen twee kinderen aan boord om souvenirs te verkopen maar we sturen ze terug naar hun dorp om bier en ijsblokken voor ons te kopen. Muziekje erbij, helder maantje, wat wil je nog meer! De volgende dag op Rinca zien we veel meer Komodo dragons en ze bewegen zelfs. Ze gaan van het ene schaduwplekje naar het ander. Ook zien we nog twee buffaloís. De vierde dag arriveren we in Bajo/Flores na een zeer geslaagde trip, mede doordat we een leuke groep mensen om ons heen hadden en het  uitzicht vaak heel bijzonder was. Al die kleine eilandjes die verspreidt in zee liggen, fantastisch!! We nemen met een aantal mensen een aantal kamers bij hotel Bajo en Ďs avonds gaan we gezellig met zijn allen uit eten. Eindelijk kunnen we na vier dagen weer op een gewone stoel zitten, soms kun je zulke simpele dingen heel erg missen!

Hotel Bajo: 40.000 rp

Dag 484: zondag 26 juni (Bajo)
De rest van de groep gaat vandaag op een snorkeltripje maar wij en de Kiwi Dave bedanken hiervoor. We nemen een dag rust, doen een wasje en probeer uit te vinden hoe we van Flores naar Sulawesi kunnen reizen. Maar zoals overal in IndonesiŽ weet links niet wat rechts hier doet en kan niemand ons iets vertellen over een boot naar Sulawesi. Vijf verschillende mensen betekent vijf verschillende antwoorden. Het houdt ons en de Kiwi de hele dag bezig. Totdat de groep van de snorkeltrip terugkomt. Het weer was midden op zee omgeslagen en de kapitein kon niks meer zien. Meneer had geen kompas op de boot en men was even bang dat ze in Sulawesi terecht zouden komen. Hee, dat is de oplossing, we gaan gewoon op een snorkeltrip!! We blijven er maar mee lachen. 

Dag 485: maandag 27 juni (Bajo)
Een van de grootste trekpleisters van Flores is het duiken, dus vandaag weer op de boot gestapt. De divesites liggen ver van het vaste land en we moeten dus weer lang in de boot zitten met zijn zessen. Maar het loont de moeite want het duiken is supermooi. Bij de eerste duik zien we wel tien haaien (white tip sharks) en bij de tweede duik stikt het van de schildpadden en aparte vissen. Ook het koraal is hier erg mooi en nog helemaal in tact. Duiken in Bajo is echt een aanrader!! Tussendoor gaan we nog snorkelen met Mantarayís. Even twee dollar pp betalen aan de kapitein en niks tegen de baas zeggen in het kantoor. We zien wel vijf Mantarayís.

Duiken Bajo: 350.000 voor twee duiken plus 20.000 entree NP.

Dag 486: dinsdag 28 juni (Bajawa)
Vandaag proberen we samen met Kiwi te vertrekken uit Labuen Bajo. We worden door een bemo (= minibus) afgezet bij de busterminal wat niet echt een busterminal is maar gewoon langs de kant van de doorgaande weg. Na een half uur stoppen er ook twee Engelsen maar nog steeds geen bus naar Bajawa. Dit kan een eeuwigheid gaan duren. We besluiten dus met zijn vijven een bemo af te huren om ons naar Bajawa te brengen. Eerst weer terug naar Bajo, de prijs onderhandelen met de baas. 500.000 rp voor de bemo (is 50 US$) en we worden voor het hotel afgezet in Bajawa en er worden geen geiten, kippen of andere passagiers opgeladen. We moeten nog wel even tien dollar extra betalen voor een brief van de politie. Daar trappen we dus niet in. We zijn ook nergens gestopt voor een brief hoor! Soms denken ze echt dat we achterlijk zijn, de scams zijn hier beter georganiseerd als in India maar we trappen er niet in. We krijgen ook nog een gids mee die we helemaal niet nodig hebben en die maar om geld blijft zeuren. Hij wil van ons geld hebben voor zijn service (?!) en of we het eten voor de chauffeur willen betalen. Anouk voert weer het hoogste woord: Nu wordt het tijd dat je ophoudt met zeuren over geld, we hebben een prijs afgesproken en je krijgt niks extraís. Als je nog 1x om geld vraagt zetten we je onderweg uit de bemo en dan loop je maar terug naar Bajo. In Bajawa belanden we uiteindelijk in Hotel Korina, na wat omzwervingen door de stad, het is allemaal niks de hotels. Het stikt van de potentiŽle gidsen in Bajawa om naar de traditionele dorpen te gaan. Een springt zelfs bij ons in de bemo maar wij staan er op dat hij uitstapt anders krijgt onze chauffeur niet de rest van het geld. Ja, maar ik moet alleen maar naar de markt., is het antwoord. Niks mee te maken, eruit! Als hij uitstapt loopt hij het hotel weer binnen, op zoek naar nieuwe klanten. Ďs Avonds vroeg naar bed, doodmoe van een busrit van 270 kilometer waar we negen uur over gedaan hebben.

Hotel Korina: 60.000 rp (slecht en onvriendelijk)

Dag 487: woensdag 29 juni (Bajawa)
Voor een toertje naar de traditionele dorpen in de omgeving van Bajawa vragen ze maar liefst 150.000 rp pp en we hebben echt een gids nodig. Mooi niet dus! We gaan naar de lokale markt en huren van iemand een moterbike voor de hele dag voor 50.000 rp. Die gids hebben we echt niet nodig. Eerst gaan we naar Bena. Rieten hutten en veel missionarissen die ons voor zijn geweest want ze zijn allemaal christelijk, al houden ze nog wel vast aan traditionele waarden. Omdat Bena relatief veel toeristen ontvangt en dus overal souvenirs voor de huizen hangen is het voor ons allemaal niet meer zo traditioneel. Wel zijn de mensen heel aardig en geÔnteresseerd en niet echt opdringerig. Wel wat anders dan die gidsen dus! We rijden zeven kilometer verder naar Nage, over een hele slechte weg. Dit dorp ontvangt niet zo vaak mensen dus wij zijn hier de bezienswaardigheid, niet zij. We roken een kretek sigaret met de mannen, een van de vrouwen spreekt een beetje Engels en we laten de kinderen fotoís zien van de Komodo dragons. Gezellig dus! We genieten van de omgeving, Flores is ontzettend groen en een van de mooiste eilanden die we tot nu toe gezien hebben in IndonesiŽ.

Dag 484: donderdag 30 juni (Moni)
 De bus komt ons om 06.00 uur al ophalen, wij zitten nog te ontbijten maar horen het lawaai al, het is met recht een discobus. De muziek moet hier altijd keihard staan anders vinden ze het niet mooi. Samen met Kiwi stappen we in de bus en vijf uur later stapt Kiwi uit in Ende. Voor het eerst sinds twee weken zijn we weer met zijn tweetjes aan het reizen. In Moni vinden we een kamer bij Johnyís Losmen. Het is goedkoop maar daar is ook alles mee gezegd. De eigenaar wil ons wel heel graag een busticket verkopen, later begrijpen we waarom. We bellen naar Pelni en horen dat de boot naar Sulawesi vanavond vertrekt vanaf Maumere, die kunnen we niet meer halen dus zullen we een andere oplossing moeten zoeken. Zucht, only in Indonesia! We hebben de hele week al naar Pelni gebeld maar ze nemen steeds niet op.

Johnyís Losmen: 30.000 rp

Dag 485: vrijdag 1 juli (Mount Kelimuntu)
Mount Kelimuntu is een van die Ďmust seení in Flores. Een vulkaan met drie gekleurde meren (rood, zwart en blauw). Om 04.00 uur pakken we de bemo naar boven en het uitzicht is inderdaad mooi en de zonsopgang heel indrukwekkend. De kleur van de drie meren wordt veroorzaakt door de mineralen die in de bodem van de vulkaan zitten. Na een uurtje keren we terug naar het hotel waar een pak koekjes uit onze kamer wordt gejat! Door de hond van de buren. We besluiten hiervan maar geen aangifte te doen bij de politie. De bus naar Maumere komt ons ophalen om 09.00 uur. In Maumere gaan we bekijken of we naar Sulawesi kunnen komen per boot of vliegtuig. Die eikel van het hotel wil dat we de chauffeur meteen betalen maar wij voelen al nattigheid. Hij spreekt weinig Engels dus wij begrijpen hem niet (goede smoes). Ja, we pay driver in Maumere. In Maumere moet de chauffeur 25.000 rp hebben terwijl de lokale hooguit 20.000 betalen. Daar trappen we dus niet in. We geven 20.000 rp per persoon en stappen gauw op de brommer om een hotel te zoeken. Overal in Flores moeten wij dubbel betalen voor het vervoer en dat hangt ons behoorlijk de keel uit, we trappen er niet meer in. We vinden een kamer bij hotel Loreska. Kamers in Maumere zijn duur en slecht. Als we op internet gaan kijken naar de Pelni boten blijkt er pas volgende week weer een boot te gaan en de vluchten zitten de komende twee weken vol vanwege de schoolvakanties. We besluiten nog dezelfde dag te vertrekken, terug naar Bajo waar zondag een boot gaat naar Sulawesi. Met een beetje geluk kunnen we die pakken. We pakken een gedeelde jeep naar Ende waar we Ďs avonds om 23.00 uur aankomen.

Jeep Ende: 50.000 rp pp

Dag 486: zaterdag 2 juli (Bajo)

Ďs Ochtends om zes uur staan we weer naast ons bedje en gaan we naar het busstation waar we een redelijke bus naar Ruteng vinden (lees: beenruimte in de bus). In Ruteng stappen we over in een lokale bemo die ons terug naar Bajo brengt, waar we bijna een week geleden begonnen zijn. We vragen wijselijk niet naar de prijs en tijdens de stop vragen we aan de lokale. Zo, dus jullie betalen 20.000 rp, dat is mooi dat we dat weten. Aangekomen in Bajo betalen we 40.000 rp aan de chauffeur. Anouk betaalt en vervolgens gaat hij naar Marcel om ook 40.000 rp te vragen. Anouk wordt zo kwaad en de chauffeur glimlacht en zegt ok, 30.000 rp dan. Hierop wordt Anouk nog kwaaier en dan is het echt gedaan met de pret. De chauffeur vlucht van schrik de bus in. Hotel Bajo zit vol en we belanden bij hotel Gardena, ook niet slecht maar wel iets duurder. Hotels in Flores zijn sowieso iets duurder dan in Bali.

Hotel Gardena: 70.000 rp

 

Terug naar Reisverslagen                             Verder naar IndonesiŽ